Path: CM/Documentor/20241111 at 2026-04-08T16:53:03Z, Imvertor: Nightly-build.0 at metamodel Armatiek-MIM-12-CONCEPTUAL, Module: default
Dit document beschrijft de manier waarop complete model-documentatie conform ReSpec kan worden samengesteld. Dit proces heeft de naam “Documentor” en is onderdeel van Imvertor OS.
Dit document is in ontwikkeling.
Bronbestand: Documentor.docx gepubliceerd op 2026-04-08 om 18:53:25.
In de Imvertor OS software is de voorziening ingebouwd om complete modeldocumentatie op een door Imvertor verwerkt model te genereren. Deze documentatie wordt gepubliceerd in ReSpec. Het beheer van de documentatie vindt plaats in Microsoft Word. De modeldocumentatie zelf (de “catalogus”) wordt door de Documentor module van Imvertor ingevoegd op de plek waar in MsWord is aangegeven dat deze moet worden geplaatst.

De HTML (Respec) documentatie wordt binnen de EA add-in van Armatiek Solutions BV samengesteld door een pad naar een lokale modeldocumentatie folder op te geven. De add-in zal de informatie in deze folder samenvoegen en naar de Imvertor omgeving sturen. Daar wordt de complete documentatie samengesteld. In deze aanpak is het belangrijk dat de documentatie een specifieke locatie en opbouw heeft. Dit wordt verderop uitgelegd.
De laatste add-in van Armatiek Solutions kun je hier vinden: 32 bits (all EA versions), 64 bits (16 en hoger). TODO release 4.0 juiste plek invoegen.
De gebruiker van de add-in hoeft niet op de hoogte te zijn van de aanroep; dit wordt door de add-in gedaan.
De add-in roept een gecompileerde release van Imvertor OS aan. Hierbij worden command-line parameters meegegeven. Dit zijn feitelijk properties, die het imvertor proces sturen. Voor uitleg van properties, zie elders.
Een van deze command line parameters (properties) is documentorfile. Dit is het
file pad van de ZIPfile of folder waarin de hele modeldoc folder is
opgenomen. Dus bijv.
Imvertor -documentorfile=“D:/Imvertor-data/modeldocs/zip/Armatiek.zip” [...meer parms...]
of
Imvertor -documentorfile=“D:/Imvertor-data/modeldocs/Armatiek” [...meer parms...]
Het pad wordt op dezelfde manier door Imvertor OS opgelost als het bepalen van de locatie van de opgeleverde XMI (zip)file.
Dit file Armatiek.zip of de folder
bevat een of twee folders: ./modeldoc en eventueel
./sections. De
modeldoc folder bevat minimaal één folder met de naam van het model
(letterkast gevoelig!). Het volgt de structuur zoals verderop is
beschreven.
Het opleveren van deze zipfile of folder is niet relevant wanneer niet is aangegeven dat de documentor module moet worden geactiveerd. Dat doet de gebruiker met een andere property:
createofficevariant = documentor
De Imvertor SaaS add-in leest die properties echter niet uit, maar stelt hoe dan ook een zipfile samen als in de add-in een bestaand pad is opgegeven naar een modeldoc folder. Zie de dialoog in de Imvertor settings:

Als je Documentor wilt activeren moet een aantal properties zijn gezet. Dat zijn deze:
Createoffice = html Createofficevariant = documentor Fullrespec = yes #optioneel: Createofficeanchor = name Createofficemode = click Officename = index Passoffice = none
Dus gebruik de properties: Createoffice, Createofficevariant, Fullrespec, Createofficeanchor, Createofficemode, Officename, Passoffice.
Je kunt deze properties zetten in een properties file, of laten vastleggen op de server, zodat deze voor iedereen standaard worden ingesteld. Vraag in dat laatste geval je Imvertor contactpersoon om dit te laten vastleggen.
Als je niet met de addin (dus niet vanuit EA) werkt moet je ook opgeven:
Documentorfile = [pad naar modeldoc folder] # bijv. D:\imvertor-data\modeldocs\armatiek
Of:
Documentorfile = [pad naar zip file] # bijv. D:\imvertor-data\modeldocs\Armatiek.zip
Je kunt dus een pad naar een folder of een zip meegeven, waarin dan
de modeldoc folder
staat.
Het modeldocument is een MsWord document dat specifiek bedoeld is voor het op te leveren model. Het heeft de naam van dat model, bijv.
Fietsenwinkel.docx
Waarbij het conceptuele model “Fietsenwinkel” wordt samengesteld:

De Imvertor add-in herkent de naam “Fietsenwinkel”, en zoekt er het
document Fietsenwinkel.docx bij
(hoofdletter gevoelig!) in de verderop beschreven folderstructuur.
Dit document zelf heeft een vaste opbouw:
Titel
Subtitel
Metadata (een tabel)
Samenvatting
Over dit document
Inleidende hoofdstukken (optioneel)
Referentie naar Imvertor catalogus
Uitleidende hoofdstukken (optioneel)
Een voorbeeld van de kop van zo’n document is:

Voor dit document is een sjabloon beschikbaar. TODO check juiste formaat.
De sub-documenten, dus veelal de hoofdstukken die moeten worden ingevoegd in het modeldocument, zitten veel simpeler in elkaar.
We bedoelen hier niet de MsWord (master en) subdocuments, die trouwens niet worden ondersteund. We doelen op de aparte MsWord documenten die worden beheerd en ingevoegd door Documentor.
Het document start met eventuele introductietekst (t.b.v. Beheer); de eerstvolgende sectie wordt opgevat als de sectie die moet worden ingevoegd. In die sectie heb je de volle vrijheid, en kunnen niet alleen sub-kopjes worden ingevoegd, maar ook weer referenties worden geplaatst naar andere sub-documenten.
Een voorbeeld van de kop van zo’n sub-document is:

Er is een sjabloon voor sub-documenten (secties) beschikbaar.
In het modeldocument (zoals in alle andere documenten trouwens) kun
je een ander document invoegen d.m.v.een include statement.
Bijvoorbeeld, een sectie subdocument.docx kun je
invoegen met:

Dit subdocument.docx kan zich
bevinden in de sections folder of in de
hoger gelegen, gemeenschappelijke ..\sections folder. Beide
folders worden dus doorzocht bij het ophalen van het subdocument.
Let op: de MsWord stijl van de alinea is “Extension”.
Uitgangspunt is dat voor ieder model dat moet worden aangeboden aan
Documentor een MsWord bestand bestaat met exact dezelfde
naam als het informatiemodel. Dit document bevindt zich in de
zgn. Modeldoc folder, die is aangewezen in de add-in. Meer
precies: in de modeldoc folder binnen de
Modeldoc folder, bijvoorbeeld d:\Modellen\beheer\doc\Report\modeldoc.
De naam en locatie van de Modeldoc folder is vrij, wij geven
hier het voorbeeld d:\Modellen\beheer\doc\Report.

Dit MsWord document met de naam van het informatiemodel kan zelf referenties bevatten naar andere documenten binnen de aangewezen folderstructuur, die fungeren als gedeelde hoofdstukken. Ook kan het een referentie bevatten naar de catalogus zelf. Gedeelde hoofdstukken kunnen zelf ook weer referenties bevatten naar gedeelte hoofdstukken, waardoor een complete “boom” van ingebedde secties en sub-secties kan worden gerealiseerd. Alle MsWord bestanden bevinden zich in de Report folder structuur.
De opbouw van de Report folder is als volgt.

In deze opbouw is de documentatie van twee modellen opgenomen.
Er zijn twee modellen gedocumenteerd: Fietsenwinkel en Groentenwinkel.
Er is een folder toegevoegd in de Fietsenwinkel documentatie waarvan
de inhoud géén rol speelt in de verwerking door de Documentor module van
Imvertor. Die naam is gereserveerd: de exclude folder.
Er is een folder toegevoegd waarvan de inhoud wel een rol speelt in
modeldoc. Ook die naam is gereserveerd, de include folder. De include
folder kan zelf ook weer subfolders hebben. Let op: de namen van de
bestanden die hierin zitten moeten wel uniek zijn.
Binnen het voorbeeld Fietsenwinkel.docx wordt
verwezen naar één eigen sectie die apart beheerd wordt (Metagegevens.docx). Dat
document is in de folder Fietsenwinkel/sections
opgenomen.
Er is één sectie die in meerdere modeldocumenten een rol speelt
(Over MIM.docx). Dat
document is in de folder /sections opgenomen.
We gaan hieronder iets dieper op deze folderstructuur in.
modeldocIn deze folder wordt per model een folder opgenomen met de naam van dat model. Daarin bevindt zich vervolgens een MsWord bestand met exact dezelfde naam (van het model), dus bijvoorbeeld:
…\modeldoc\Fietsenwinkel\Fietsenwinkel.docx
Het informatiemodel heeft de naam Fietsenwinkel.
Binnen deze folder kan een folder met de naam sections voorkomen. Deze
folder bevat dan hoofdstukken die in een apart document worden beheerd.
Dat document kan dan dus ook een eigen versiegeschiedenis hebben. Vanuit
het Fietsenwinkel document wordt dan verwezen naar dat document op basis
van de documentnaam. Zie elders.
Bij het werken aan een modeldocument worden bestanden gebruikt die niet gepubliceerd moeten worden, maar wel nodig zijn voor de documentatie. Voorbeeld is een grafisch bestand voor bewerking, waar een plaatje uit wordt geëxporteerd dat wél een plek heeft in de documentatie. Dit is de plek waar je deze bestanden kwijt kunt. NB. de dat folder wordt niet uitgelezen door documentor.
In deze folder kun je bestanden opnemen waarnaar je verwijst vanuit MsWord. Deze bestanden komen ook als zodanig terug in de Respec documentatie.
Als het plaatjes betreft worden deze als plaatje opgenomen i het document.
Als het andere bestanden betreft (zoals zip bestanden) wordt er een referentie naar gemaakt. De lezer kan erop klikken om het te openen of te downloaden.
In deze folder neem je secties op (sub-documenten zoals besproken). Deze zijn bedoeld voor het model zelf, en worden niet gedeeld over meerdere modellen. Deze folder bevat typisch documenten die door andere mensen worden bewerkt, die dus geen toegang (mogen) hebben tot het model document zelf.
sectionsIn deze subfolder van de modeldoc folder worden alle secties (sub-documenten) opgenomen die méérdere modellen gemeenschappelijk hebben. Dat kan bijvoorbeeld een beschrijving van de toegepaste modelleringstechniek betreffen, of informatie over het bedrijf of instelling.
Vanuit een willekeurig document kun je verwijzen naar zo’n MsWord document, opnieuw op basis van de naam van dat file. Het wordt op de plek van verwijzing ingevoegd.
De documenten kunnen in meerdere versies beschikbaar komen. Documentor (noch de add-in, noch de Modeldoc folder) is bekend met “versies”. Wanneer twee versies van een document naast elkaar beschikbaar moeten zijn is het raadzaam dit in de naam van een document terug te laten keren. Bijvoorbeeld
Intro-v1.docx Intro-v1.1.docx
Natuurlijk is het raadzaam de documenten (net als andere beheerde gegevens) in een versiebeheersysteem onder te brengen. Het is bijvoorbeeld mogelijk de documenten in SVN of GIT op te nemen. De add-in is daarvan niet op de hoogte en zal alleen toegang hebben tot je lokale werkversie.
De Imvertor catalogus (de weergave van het informatiemodel) wordt
ingevoegd door een Include
catalog commando. Dat doen we hier niet omdat het geen model
documentatie betreft. Maar het ziet er zo uit (stijl is:
Extension):

Voor dit commando om goed verwerkt te worden is het volgende noodzakelijk:
Het informatiemodel wordt via de Armatiek add-in of de commandoregel aangeboden;
Er is een bestaande en correct opgebouwde Modeldoc folder opgegeven als “Modeldoc” parameter in de add-in of aan de commandoregel;
Er is een folder met de naam van het informatiemodel;
Er is daarin een MsWord bestand met dezelfde naam.
Als de Documentor module van Imvertor fouten aantreft worden deze gesignaleerd in het document zelf, en gerapporteerd in Imvertor als fout.
Het is mogelijk de catalogus de plek van de catalogus sectie te laten overnemen. De “Catalogus” sectie is dan een soort “wrapper” die eigenlijk moet komen te vervallen. De twee secties van de catalogus komen dan op een hoog niveau te staan. Om dit te bereiken neem je het metadata “Type: catalog-wrapper” op, zoals hieronder weergegeven:

Hiermee wordt de hele sectie “De catalogus” vervangen door de twee catalogus secties “Gegevensdefinitie” en “Inhoud van waardenlijsten”, typisch op het hoogste niveau.
Er zijn allerlei tekst-constructies mogelijk bij het opstellen van begeleidende hoofdstukken. De look-and-feel wordt bepaald door
Het document type (veld Document type)
De ReSpec configuratie (zoals vastgelegd in Imvertor per klantorganisatie / owner)
Dit hoofdstuk heeft de ID “tekst”. Dit is via een Metadata stijl alinea opgegeven:

Let op! Om alle informatie van dit document volledig te zien moet je wellicht “alles weergeven” knop indrukken in MsWord. Je kunt ook besluiten de stijl metadata niet “hidden” te maken.
Allerlei soorten karakterstijlen worden ondersteund zoals
Bold, italic,
bolditalic, en onderstreept. Deze tekst
is doorgehaald. Je kunt ook van font wisselen, zoals courier en courier
bold. Ook kun je tekst met daarin Programmacode maken. Aan
programmacode kan een speciale verwerking worden gebonden; dit is per
soort document uit te werken.
Je mag deze formats en
andere formaten ook combineren.
Dit is een TODO openstaande taak. (De TODO wordt automatisch gehighlight; we zoeken dan naar de letterlijke karakters “T,O,D,O”.)
Ook kun je lopende tekst typeren, zoals een voorbeeld, programmacode, citaat, of een waarschuwing.
Ook kun je een tekstje als “inline” opmerking markeren. Zoals deze.
Het gemakkelijkste is te laten zien hoe links kunnen worden gemaakt en hoe deze worden verwerkt.
Dit is een link naar internet locatie.
Dit is een referentie naar het onderdeel in dit document dat gaat over Programmacode (op basis van titel ID). Deze link is gelegd door te kiezen voor Koppeling/Plaats in dit document en dan te kiezen voor de sectie “Programmacode”.
Dit is een referentie naar het hoofdstuk over secties en subsecties (op basis van in metadata toegekende ID, nl. “Subsecties”.) Deze link is gelegd door te kiezen voor Koppeling/Bestaand bestand of webpagina en dan “#Subsecties” in te voeren. Let op: deze aanpak is vooral van belang als je wilt verwijzen naar een sectie in een ander (sub)document dat een plek krijgt in de Respec publicatie.
Afkortingen kun je door de tool laten oplossen: De KLM gaat hard achteruit. Het MIM is een mooie standaard. En ABBREV? ONB is een onbekende afkorting. Zie elders.
Ook hier laten we zien hoe je lijsten kunt maken. Een niet geordend lijstje
Item 1
item 2
En een geordend lijstje
Item 1
item 2
En een geordend lijstje met daarin nog een geordende en een bulleted list.
Item 1 heeft bulleted list
Item 11
Item 12
item 2 heeft genummerde lijst
Item 11
Item 12
Een lijst met in een item met meerdere alinea’s is lastig: dat kan alleen als de alinea’s worden gescheiden met een soft return.
Planstatus
Vastgesteld
Uitvoeringstatus
Nader te bepalen
Dat ziet er zo uit in MsWord:

XML code voorbeeld, rol is example:
Programmacode heeft een formaat (bijv. xml) en een rol (bijv. example). Het formaat is niet verplicht. In ReSpec omgeving wordt het formaat afgeleid van de code die is opgevoerd (d.w.z. herkend). Maar je kunt het ook expliciet maken. Afhankelijk van je configuratie kan ook HighlightJS worden ingezet.[1]
De rol kan worden gebruikt om de programmacode te voorzien van een andere weergave, zoals een “icon” in de marge.
Java code voorbeeld, rol is niet opgegeven:
public class ChainAnalyzer {
protected static final Logger logger = Logger.getLogger(ChainAnalyzer.class);
public static void main(String[] args) {
//more
}
}
Default code voorbeeld, rol is example:
Default code maar niet als example aangemerkt, maar gewoon als stukje programmacode:
C:/temp/sample.xml
Dit is het eind van dit stukje programmacode.
Hier nemen we een plaatje op met daarin de bron gekoppeld. Dit is een
bestand met daarin het (in dit geval erg grote) plaatje. Het plaatje is
geplaatst in de include folder.

De include folder
kan ook weer subfolders bevatten. Echter, alle plaatjes (en andere
bestanden) moeten daarbinnen altijd een unieke naam hebben. Als twee
bestanden dezelfde naam hebben wordt dit als fout gemeld.
Plaatjes kun je ook gewoon met drag-and-drop opnemen in het document, of via copy/paste:

Als een plaatje erg klein is neemt dat niet meer de volledige breedte van de pagina in:

Ergens in je document kun je de lijst van afbeeldingen opvragen. Dat gaat via de extensie:

Het ook mogelijk een plaatje op te nemen zonder de “plaatje” stijl. In dat geval wordt het plaatje niet gecentreerd en geschaald en komt het niet in het overzicht van plaatjes. Er is ook geen onderschrift bij mogelijk.
Een voorbeeld staat hierboven. Omdat dit veelal niet de beoogde wijze van opnemen van plaatjes is, wordt gewaarschuwd door Imvertor als het optreedt.
Hieronder start een tabel met drie kolommen, een header, en één rij. Zoals je ziet kun je speciale constructies plaatsen in de tabel.
|
Cel 1.1 |
Cel 1.2 |
Cel 1.3 |
|
Cel 2.1 Met meerdere regels |
Cel 2.2 |
Cel 2.3 met link en code example: C:/temp/Voorbeeld1.xml |
Tabellen kun je typeren. Hierdoor kan een speciale afhandeling worden gerealiseerd. Dit met name om tabellen te gebruiken als “tekentool”. We noemen de tabel dan een matrix (een rasterwerk voor plaatsing van gegevens).

Matrix1 is een bepaald type matrix. Dit wordt online weergegeven als:

De lijst van matrices is beschikbaar en uitbreidbaar.
Het is niet mogelijk om spans van cellen te maken. Als die belangrijk zijn moet je terugvallen op plaatjes daarvan.
Wanneer een tabel wordt geplaatst in een tabel (dus in een cel), wordt aangenomen dat het pure weergave betreft en dus geen logische opbouw van headers en kolommen bedoeld is. De tabel is een “tekening”.
Hieronder zie je wat dat betekent. We plaatsen twee tabellen met een kleurnaam en een kleurcode in een grotere tabel.
| Kleuren: | Lengtes: | ||||||||||
|
|
Je kunt alinea’s typeren, waardoor deze een speciale weergave of afhandeling krijgen. Deze boxjes kun je niet nesten, omdat zij gebaseerd zijn op alinea-stijlen.
Dit is een opmerking zie geen aandacht mag vragen, een “aside”.
Dit is inhoud van de aside. Het is geen blokje maar een speciaal geformatteerde alinea.
Dit is een voorbeeld-boxje (stijl Voorbeeld):
Dit is de inhoud van het voorbeeld boxje.
Dit is een waarschuwing-boxje (stijl LetOp,).
Dit is de inhoud van het waarschuwing boxje.
Dit is een waarschuwing-boxje (stijl LetOp, met Format: warning. Er zijn meerdere typen te configureren).
Dit is de inhoud van het waarschuwing boxje.
Dit is een citaat (stijl Citaat):
Dit is een prachtbedrijf.
Nu een quote met een internet bron (hidden, zet “alles weergeven” aan).
Introductie van onderdelen door middel van kopjes. Dit hoofdstuk zelf heeft de ID “Subsecties”. Dit is toegekend in een Metadata alinea.
Tekst van dit onderdeel.
Tekst van dit onderdeel.
Tekst van dit onderdeel.
Tekst van dit onderdeel.
Dit is het tweede onderdeel.
Je kunt aangeven dat een sectie niet gepubliceerd moet worden. Het gaat dan om tekst die alleen voor de lezers/auteurs van het oorspronkelijke document zelf bedoeld is.
Je kunt zulke secties markeren als “niet verwerken”, als volgt:

Met Proces: remove wordt de sectie vroegtijdig verwijderd.
Het is ook mogelijk speciale waarden in te voegen, door middel van en extension stijl op een naam. Een voorbeeld is de huidige datum en tijd: 2026-04-08 om 18:53:25 (niet letterkast gevoelig). Hieronder zie je welke waarden je kunt laten invoegen.
NB deze waarden zijn alle zgn. “Xparms”. De waarden van de meeste
Xparms vind je in het bestand parms.xml in de
opgeleverde Imvertor run ZIP.
| Naam | Beschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Run/version | De versie van Imvertor OS. | Nightly-build.0 |
| Release-name | De formele naam van de release van de catalogus. Dit wordt begrepen
als appinfo/release-name. Dus
er wordt automatisch appinfo voor gezet. |
CM-Documentor-1.0.0-2-20241111-20260408-185305 |
| Metamodel-name-and-version | Het metamodel dat is gebruikt. Ook hier wordt er automatisch appinfo voor gezet. |
Armatiek-MIM-12-CONCEPTUAL |
| Documentor/ masterdoc-name | De filenaam van het master document | Documentor.docx |
| Current-date | De datum waarop de documentatie is samengesteld op de server. | 2026-04-08 |
| Current-datetime | Datum en tijd waarop de documentatie is samengesteld op de server. | 2026-04-08 om 18:53:25 |
| Onbekende-variabele | Dit is een parameter die niet bekend is. Je krijgt daarop een foutmelding. | XPARM? onbekende-variabele |
Een afkorting kan ter plaatse worden gedefinieerd. Voorbeeld is de afkorting voor KLM en voor MIM.
Alleen de laatst aangetroffen afkorting wordt opgenomen in het respec document. Zo blijkt de afkorting voor MIM overeen te komen met de laatst aangetroffen interpretatie: Metamodel Informatiemodellering.
Je hoeft een afkorting (zoals MIM) maar éénmaal van de abbrev stijl te voorzien; in de rest van het document wordt het dan voorzien van een verklarende titel.
NB zo ziet dit eruit in MsWord.

Let op: de MsWord stijl van de alinea is “Extension”.
Ergens in je document kun je de lijst van afkortingen opvragen. Dat gaat via de extensie:

Het kan zijn dat er downloads zijn die typisch behoren bij het
(model)document dat je bewerkt. Je kunt deze opnemen in de modeldoc
folder binnen de include folder, zoals bij
plaatjes is beschreven. In deze handleiding hebben we dat ook gedaan met
de sjablonen voor het documentor model-document en
sub-documenten.
Een download heeft de vorm van een koppeling naar dat bestand in de include folder.
Ook hier geldt weer: alle bestanden in de include folder moeten
altijd een unieke naam hebben. Als twee bestanden dezelfde naam hebben
wordt dit als fout gemeld.
Het Respec profiel is klant-specifiek en wordt door Armatiek Solutions in eerste instantie samengesteld op basis van aanwijzingen door de klant. Daarnaast kan de klant per modeldocument zelf profiel-aspecten instellen, naast eigenschappen die voor dit specifieke document gelden.
Hieronder nemen we een overzicht op van alle profiel aspecten die kunnen orden ingesteld. Daarbij geven we ook aan of dit in het modeldocument zelf kan worden ingesteld (Doc), of dat het binnen Imvertor OS kan worden opgenomen (Cgf). Ook geven we aan of er een waarde hoe dan ook moet worden opgegeven, en of het meermaals kan worden opgegeven (M).
| Eigenschap | Waarde (voorbeeld) | Doc | Cfg | M |
|---|---|---|---|---|
Aanpassingsdatum Was: Modification date |
2022-04-01 Let op:
Nog niet beschikbaar; melding edited in place $conf.modificationDate |
✔ | 0..1 | |
| Alternatief formaat | Label: PDF |
✔ | 0..1 | |
| Alternatief formaat | Label: XML |
✔ | 0..1 | |
| Auteur | Naam: Jan Jansen Instelling: Armatiek Solutions BV Instelling URL: http://armatiek.nl/ |
✔ | 1..* | |
| Bibliografie | Not implemented yet (localBiblio) Let op:
Nog niet beschikbaar |
✔ | ✔ | 0..1 |
Concept URI Was: Draft URI |
URL: https://armatiek.nl/doc/concepten/handleiding23.html | ✔ | 0..1 | |
Document status Was: Spec status |
IO | ✔ | ✔ | 1 |
| Document type | HL | ✔ | ✔ | 1 |
| Github | Repository URL: https://github.com/Imvertor/Imvertor-maven Branch: Development |
✔ | ✔ | 0..1 |
| Hypothesis | Ja | ✔ | ✔ | 0..1 |
Inhoudsopgave niveaus Was: TOC levels |
3 | ✔ | ✔ | 1 |
| Instelling naam | Armatiek BV | ✔ | ✔ | 1 |
| Instelling URL | https://armatiek.nl | ✔ | ✔ | 1 |
| Instelling reacties email | info@armatiek.nl | ✔ | ✔ | 1 |
| Is preview (bug) | Ja Let op:
Nog niet beschikbaar |
✔ | 0..1 | |
Korte naam Was: Short name |
HANDLEIDING23 | ✔ | 1 | |
Licentie Was: License |
cc-by-nd | ✔ | ✔ | 0..1 |
| Lint | Nee | ✔ | ✔ | 0..1 |
| Logo | Bron: https://armatiek.nl/inc/imgs/logo.png URL: https://armatiek.nl/ Alternatief: Armatiek BV Breedte: 200 Hoogte: 42 ID: armatiek-company-logo |
✔ | ✔ | 1 |
| Meest recente versie | 1.0 | ✔ | 0..1 | |
| Meest recente publicatiedatum | 2024-10-01 | ✔ | 0..1 | |
Meest recente publicatie URI Was: Latest publish URI |
URL: https://armatiek.nl/doc/imvertor/documentor/1.0 | ✔ | 0..1 | |
| Module | Default | ✔ | 0..1 | |
| Publicatie domein | Handleiding | ✔ | 1 | |
Publicatie versie Was: Version |
2.4 | ✔ | 1 | |
Publicatiedatum Was: Publish date |
2022-06-01 | ✔ | 1 | |
Redacteur Was: Editor |
Naam: Jetje Jetsema Instelling: Armatiek Solutions BV Instelling URL: http://armatiek.nl/ |
✔ | 0..* | |
| Toon Imvertor info | Ja | ✔ | ✔ | 0..1 |
Voeg sectie links toe Was: Section links |
Ja | ✔ | ✔ | 0..1 |
| Vorig concept | https://armatiek.nl/doc/concepten/rapport23 | ✔ | 0..1 | |
Vorige publicatiedatum Was: Previous publish date |
2022-05-01 | ✔ | 0..1 | |
| Vorige publicatie versie | 2.0 | ✔ | 0..1 |
In de Respec klantconfiguratie file (owner.js) worden enkele
andere zaken vastgelegd, die geen overeenkomstige plek hebben in een
document, te weten:
| Eigenschap | Waarde (voorbeeld) |
|---|---|
| organisationName | Armatiek (de naam van de organisatie keert terug in de informatie onder de titel en subtitel) |
| organisationPublishURL | https://armatiek.nl/documenten (Dit is het eerste deel van iedere publicatie URL, waarbinnen de documenten volgens het opgegeven pad worden geplaatst.) |
| organisationStylesURL | Organisatiespecifieke basis-stijlen. |
| useLogo | True |
| useLabel | True |
| sotdText | Standaard teksten voor de “status van dit document” sectie. |
| labelColor | Kleur van de labels voor alle document statussen. |
| licences | Alle licenties die mogelijk kunnen worden gekozen in het document |
Het document wordt gepubliceerd op de volgende plek:
Deze URL is samengesteld uit de eigenschappen zoals ingevoerd in het Respec klantprofiel en de document eigenschappen zoals hierboven beschreven. Een voorbeeld is:
https://armatiek.nl/doc/imvertor/documentor/0.9
waarbij
organisationPublishURL = https://armatiek.nl/doc
publicatie domein = imvertor
korte naam = documentor
publicatie versie = 0.9
Document type keert terug in de kop. De tekstuele waarde kan worden ingesteld. Wordt getoond onder de titel.
| Kenmerk: | Weergegeven als (instelbaar): |
|---|---|
| IM | Informatiemodel |
| HL | Handleiding |
| Base | Onbepaald document type |
Document status keert terug in kop en linker zijbalk. De tekstuele waarde kan worden ingesteld
| Kenmerk: | Weergegeven als (instelbaar): | Met als ingevoegde tekst (instelbaar): |
|---|---|---|
| IO | In ontwikkeling | Dit is een werkversie die op elk moment kan worden gewijzigd, verwijderd of vervangen door andere documenten. Het is geen door [de instelling] goedgekeurde consultatieversie. |
| CV | Consultatieversie | Dit is een door [de instelling] goedgekeurde consultatieversie. Commentaar over dit document kan gestuurd worden naar [contact-email]. |
| VV | Vaststellingsversie | Dit is een definitief concept van de nieuwe versie van het document. Wijzigingen naar aanleiding van consultaties zijn doorgevoerd. [de instelling] beoordeelt dit definitief concept. Keurt zij het goed, dan wordt zij vrijgegeven als eindversie. |
| IG | Definitieve versie (in gebruik) | Dit is de definitieve versie van … Wijzigingen naar aanleiding van consultaties zijn doorgevoerd. [de instelling] heeft deze specificatie goedgekeurd. |
| base | Document | Dit is een document zonder officiële status. |